Advisering van PBM'S
Bij elk werk dat uitgevoerd wordt kunnen er risico’s ontstaan op het gebied van veiligheid en gezondheid voor de betrokken werknemers. Het is dan ook de taak van de werkgever om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Om de risico’s te beheersen en de kans op letsel of gezondheidsschade te beperken is de werkgever vaak genoodzaakt om pbm’s in te zetten. Echter, pbm’s kunnen door verkeerd gebruik, verkeerde toegepassing etc, zelf ook risico’s voor de gebruiker veroorzaken. De keus voor de juiste pbm’s en het correcte gebruik hiervan is dan ook van groot belang.
Wetgeving
Zoals al eerder aangegeven dient de werkgever volgens de Arbo-wet (art. 3) te zorgen
voor goede arbeidsomstandigheden.
Dit dient de werkgever te doen door risico’s en gevaren bij
de bron aanpakken en/of door technische- dan wel organisatorische
maatregelen te treffen. Pas als deze maatregelen niet toereikend zijn
mag de werkgever over gaan tot het verstrekken van pbm’s. In
de Arbo-wet (art. 5, 6 en 11), het Arbobesluit (art. 8.1 t/m 8.3)
is aangegeven waar wettelijk de te gebruiken pbm’s aan moeten
voldoen.
Grondslag en PBM’s
Voor de keuze van de juiste pbm’s
op het werk beschikt Grondslag over personen (o.a. een arbeidshygiënist
en een middelbaar veiligheidskundige) die de ervaring en de deskundigheid
hebben om de risico’s en gevaren die bij bepaalde werkzaamheden
kunnen ontstaan te inventariseren. Aan de hand hiervan is Grondslag in staat
om conform de wetgeving te adviseren over welke pbm’s
er toegepast dienen te worden en middels voorlichting en instructies
aan te geven hoe deze pbm’s gebruikt dienen te worden.




